poëzie
Loes Vlaming treedt regelmatig met succes op in verschillende poëzie-café's of open podia.

Zij heeft tot op dit moment nog geen poëziebundel gepubliceerd. Wel zijn er enkele gedichten van haar geplaatst op flyers van de poëzie café's waar zij optrad, het blad Transformatie en op enkele internet sites.

Hieronder enkele nieuwe, recente gedichten.

Als het einde nadert 

Weet je nog, die dag dat je vrolijk was?
Ik legde een hand op je schouder
en jij ontdekte mij. 

De volgende dag sliep je uit en
was er een angst van missen,
omdat
het bos het mooist is in het morgenuur. 

Maar je wist niet hoe alleen alleen kan zijn,
zoals ik niet kende te zwijgen
of zoals juist stilte mijn stem kent. 

Als je samen groeit, naar wat dan?
Of is dat samen soms alleen
en was dit alles enkel hoop? 

Want zoals mijn woorden aldoor klinken
kun jij niet herbeginnen
en wordt langzaamaan stilte bang. 

Want dan voel ik meer dan dat ik luister
en zie dat ook jij afwendt
naar ooit en soms en misschien. 

Daarom, doe maar een glimlach
want als het einde nadert,
kun je blij zijn met verdriet.


Mare Alicia 

De onmogelijkheid te vertellen,
te laten zien dat jij
diezelfde was die mij volgde
over alle zeeën heen. 

Pas later toen ik je verlaten had
en ondergedompeld was in anders,
begreep ik dat jij mij had verteld
waar ik naar toe op weg was. 

Waarom kon niemand ooit,
verborg jij je gezicht
achter
een sluier van druppels
en leek je zo koud? 

Jij was veel groter dan ik zag
en boog je lijf zo ruim,
golfde om mijn leven
of was je het? 

Maar toch zo intrigerend als jij,
zo adembenemend veeleisend
en ruimhartig gevend
is alleen de dood.

Onbegrijpelijk verlangen 


lopend met zekere stap

langs een afgrond

met honderden meters leegte

zie ik enkel de schaduw

van een wolk in het dal

zon op dorpen en weiden

ik voel me groot in mijn klein zijn

en leef warm in mijn kou

 

maar op het perron

voor de zucht van

een langsrazende sneltrein

te weten dat dood

twee meter verder ligt

of na een klim van zestig meter

amechtig hijgend tegen de railing

dan lokt de diepte zwart met

de bittere smaak van arsenicum


Die andere

 

en dan een jij daar op dat andere perron

die andere straat dat andere zelf

 

wie ben jij dat je voelt en hoe

die zelfs misschien eens lachte

neukte een berg beklom

en tussendoor misschien een vrouw

iets echts te zeggen had

 

de wereld grijpt en vloekt en schreeuwt

en ik en jij maar doodgezwegen

naar ook een onbevredigend einde

van straks nooit meer mij

nooit jou

 

want glijdt de grond in gladde sporen voorbij dan

ontkom je aan mijn herinnering met achteloos vergeten

dan weet ik nooit  waar jij

daar op dat andere perron

die andere straat dat andere zelf


Surinamekade

dit zag ik nooit eerder en toch
liggen mijn aarzeling en angstzweet
verstopt onder dit beton deze keien
hier kwamen de goden om
enkele dagen te rusten
hier stond Poseidon
toen de blonde Ganymedes
mij naar zee droeg
om daar
zijn nectar te proeven
ik die met Charon voer
en
ontdekte dat Hermes’ voeten
de vleugels hadden van een ooievaar
dat de onderbuik van Charis
niet
de schoonheid heeft van Gratiën
en ook al had Ladon honderd koppen
haar hotlo-hart klopte met acht
maar zelfs Neptunus kon niet voorkomen
dat uiteindelijk hun Hades in India ligt  


Pom


je bent nog meer mens zo erg gooide jij het voor je uit
gierde door mij heen zoals bij de honderdste
thuis links op de plank bij de W vond ik je tussen
anderen van wie ik hou  

weer was ze verdomme blauw maar jij klonk
als
een bruin café met de uitgebeten vlekken op

een zinken toog de rook van gemeende gedichten
opklinkend uit de wand  

en jij papier in je hand je las niet nee nooit heb ik je
daarop betrapt je bént je gedicht als je armenzwaaiend
met die ik wil wel naar je ogen van mijn vader je woorden
op me los laat  

en in je permanente staat van oorlog de vrede van een glas

bij K&B vindt en mij met een handgebaar meer dan met woorden
zegt wat ik zei en dan leek het soms leven en soms zelfs meer
dan jij in me losmaakt  


(gedicht aan Pom Wolff, die net als ik optrad tijdens "Schrijvers en dichters aan de Dommel. Kijk ook eens op zijn site, www.pomgedichten.nl)


terug naar boven
Hieronder enkele gedichten, die hier al iets langer staan.


Nolle


koudgejast met pijngewaaide oren
zoutbenatte voeten en gekromde kraag
vergeten warmte van door regen nu verkraterd zand

een hooglied krijsend dalen kromgebekte duivels
met arrogant geelsnerpende ogen omlaag
met vliezen uitgedoste klauwen prenten
verwaterende sporen langs de kleffe vloedlijn

bedeesd langzaam dan versnellend driftig rennend
graast een aarzelend zich verplaatsende kudde
van vredelievend ruziënde vogelschapen
rechtmatig vererfde sporen achterlatend
naast aangespoelde resten van vermeende menselijkheid

langs grijsgroen gehelmde duinen
glijdt maandenlang opgewaaid zand
onder moeizame voetstappen omlaag
genotvolle konen gloeien onder het zien van
glooiend opgezweepte schuimkragen van golven
herfstweemoed verwordend tot najaarsgeluk


Als ik eenzaam zie

als ik op zal kijken
en naast me op het kussen zie
op het kussen eenzaam zie nee
nee dat is niet wat ik wil
dan moet ik afscheid nemen
van jou afscheid nemen
van wat me dan verdriet
wat mij dan verdriet
zal ik daarna alleen slapen
daarna alleen slapen
tot er weer geluk zal zijn
gelukkig weer geluk zal zijn


terug naar boven